Origami-tuniek

Moeilijkheidsgraad Professional
Benodigde tijd een weekend
Afdrukken
Bild: Origami-tuniek met borduurpatron

 

Knippen

(naad- en zoomtoeslagen moeten bijgevoegd worden)


Donkerbruine stof:
4x rugpand
4x bovenste voorpand
1x borstpand
4x stroken voor origami-versiering 8 x 140 cm (voltooide breedte 6 cm)
 
Lichtbruine stof:
2x mouwen
2x mouwboorden
1x voorste rokbaan (in stofvouw)
2x achterste rokbaantunic

Instructions

Origami-versiering
Tip: voor de origami-versiering is het belangrijk precies te werken en de plooien goed te strijken.
1.   Aan de rugpanden de figuurnaad stikken en naar het midden toe strijken.
2.    De bovenste voorpanden op de rugpanden leggen en bij de schoudernaad dichtnaaien. Steeds een binnenste en buitenste bovenpand rechts op rechts op elkaar spelden. Langs de halsuitsnijding dichtnaaien. Naadtoeslagen wegknippen, bij de ronding inknippen. Panden omdraaien en de randen goed strijken. Randen van de armsgaten op elkaar rijgen.
3.   Voor de origami-versiering twee stofstroken langs de lengteranden aan elkaar naaien en naar de rechterkant draaien.
4.    Op de stofstroken de volgende markeringen aanbrengen:
5.    Stof langs de rood ingetekende lijn strijken en naar de zwarte lijn toe vouwen.

6.    Alle vier hoeken naar het midden toe vouwen. Op deze manier zeven origami-rechthoeken vouwen.
7.    Rechthoeken weer openen. Voor het vastzetten van de plooien, met een smalle naad langs het binnenvlak naaien.
8.    Uit de rode stof 7 vierkanten van 4 x 4 cm knippen en op het binnenvlak leggen. Met een smalle naad vastnaaien.
9.    De van te voren omgeklapte hoeken weer naar het midden vouwen, alles nogmaals goed strijken.
10.    Origami-stroken op het borstpand leggen en vastspelden.
11.    Het bovenste voorpand zijdelings tussen de beide lagen schuiven. Stroken met een smalle naad vastnaaien, daarbij het bovenste voorpand mee vastnaaien.
12.    Zijnaden sluiten.

Mouwen naaien

  1.  Het scheurbare borduurvlies onder de mouwboorden leggen. In het midden met steek nr. 777 een siernaad naaien. De smalle kanten van de mouwboorden dichtnaaien.
  2.  Mouwnaden sluiten. Voor het rimpelen van de onderste mouwranden met een rechte steek en de grootste steeklengte twee rijen stikken. Door aan de onderdraad te trekken, wordt de rand op de lengte van de mouwboord aangepast. Mouwboorden aan de onderste mouwranden naaien, naadtoeslag in de boorden strijken.
  3.  Boorden voor de helft naar de binnenkant leggen. Binnenkanten ingeslagen vastrijgen en aan de goede kant in de naadgroef  vastnaaien.
  4. Mouwen tussen de markeringen rimpelen en inzetten.

Rokdeel naaien / tuniek afmaken

  1. Bij het rokdeel de zijnaden sluiten. Rokdeel aan het bovenste deel naaien.
  2. Onzichtbare ritssluiting aan de achterkant in het midden vastnaaien. De open naad vanaf de ritssluiting sluiten.
  3. Zoom twee keer smal omvouwen en naaien.

Werkbeschrijving borduursel

(machine zonder randborduurfunctie)

  1. Trek van de borstnaad tot de zoom met krijt een rechte lijn op het rokdeel.
  2. Bereid de machine voor om te gaan borduren door de stiksteekplaat en een borduurnaald te plaatsen.
  3. Span het rokdeel met het borduursjabloon in het grote en ovale borduurraam zodat de krijtlijn zich in het midden bevindt (alternatief: gebruik zelfklevend borduurvlies en plak op stof).
  4. Zorg dat het borduurmotief helemaal goed ligt. Het midden van het borduurmotief moet op de krijtlijn liggen.
  5. Stik het complete motief van het borduursel en haal de stof of het vlies uit het raam.
  6. Span het zelfklevend borduurvlies in het frame, plak het rokdeel zo, dat de krijtstreep zich weer in het midden bevindt (gebruik het sjabloon). De laatste ruit van het eerste motief moet zich binnen het borduurgebied van het borduurraam bevinden.
  7. Plaats het borduurraam, controleer het startpunt en leg alles goed.
  8. Borduur het tweede motief of rapport.
  9. Verwijder het raam, haal de stof eruit, snij de spandraden door en verwijder voorzichtig eventueel overstekend borduurvlies.
  10. Indien u nog een rapport wilt borduren, herhaal deze werkwijze dan vanaf punt 6.
  11. Werkstuk strijken.